Een tijdje geleden liep hier op de Duitse TV de serie
“die Deutschen”, 10 delen, elk gewijd
aan een historisch moment in de ontwikkeling van het Duitse volk. Daar was
Hendrik IV, die koude voeten kreeg op weg naar Canossa, daar was Luther, die
hamertje tik speelde met een kerkdeur, daar was “olle Fritz” ofwel Frederik de Grote,
die een moeilijke jeugd had en zijn volk aardappels heeft leren eten, Ludwig
II, die ons Neuschwanstein heeft gelaten, en Bismarck, compleet met Emscher
depeche.
Allemaal momentopnamen, waarbij toch steeds weer
duidelijk werd, dat het gebied, wat we tegenwoordig “Duitsland” noemen,
verdeeld was over een groot aantal koninkrijkjes, hertogdommen en meer van dat
soort middeleeuwse overblijfselen. De Pruisen waren nog het meest succesvol,
gedragen door een uitgebreid ambtenarenkorps en een perfect gedrild leger, wat
er egelmatig voor zorgde dat het grondgebied fors werd uitgebreid. De Duitse “eenheid”
kwam tot stand na de uitgelokte oorlog tegen Frankrijk in 1870, waarna de
Duitse Willem I in Versailles gekroond werd tot Duits keizer (1871).
Het was echter geen echte eenheid, maar een verzameling
van bondgenoten, die er elk baat bij hadden goede vriendjes met het machtige
Pruisen te blijven, omdat er in die verhouding alleen maar wat te verliezen
was. Aan de wieg een “ijzeren kanselier” en daarboven een keizer, die bovendien
nog getrouwd was met een dochter van Victoria (die Engelse dame). “Eenheid” was
dus een van boven opgelegd systeem, en hoe kun je er voor zorgen dat dit verder
naar beneden doordringt? Door nationalistische gevoelens op te wekken en dat
gaat nog het beste via geüniformeerde aktiviteiten, anders gezegd bewapening en
– uiteindelijk – oorlog. Die bewapening was niet zo’n probleem: de beste
kanonnengieters zaten in het Ruhrgebied.
Dat nationalisme werd na WO I verder aangewakkerd, totdat
er in 1945 een situatie ontstond waar nog maar weinig plaats was voor een
nationaal gevoel. De federatie, die toen ontstond, werd feitelijk gevormd door de
oude verdeling weer gedeeltelijk te herstellen, alleen waren het nu “deelstaten”,
met een hoge mate van autonomie: een eigen regering, een eigen parlement, een
eigen ambtenarendom. Eigen wetten, die het soms een mens moeilijk maken: zo is
het onderwijssysteem per deelstaat verschillend, zodat je het schoolgaande
kinderen niet aan kunt doen te verhuizen van bv Noordrijn-Westfalen naar
Beieren.
Een vergelijkbare ontwikkeling zag je in Italië, waar de
zogenaamde eenheid door Garibaldi werd gevormd, met dezelfde dwang tot
nationalisme als in Duitsland, en hetzelfde desastreuze resultaat. Verschil is
alleen, dat er géén Italiaans “Wirtschaftswunder” kwam, waardoor de economie
achterbleef en het land werd geregeerd door kabinetten, die een overlevingskans
hadden van hooguit enkele jaren, en dat tot op heden.


Die Duitse 'Kleinstaaterei' is overigens wel een heerlijk fenomeen en vier landen hebben er hun koninklijk huis aan te danken. Niet slecht voor een straatarme hertog van het zevende knoopsgat (ik heb het hier natuurlijk over de familie Saksen-Coburg), die zijn (klein-)koters uiteindelijk op zowel de Britse, Belgische, Portugese en Bulgaarse tronen terecht zag komen. Maar eh... die serie klinkt interessant. Heb je titel/maker? Dan kan ik 'm eens bestellen bij Bol of Amazon. B.v.d. A.
BeantwoordenVerwijderenOh, en wat de stelling betreft: hear, hear! Es gibt kein Deutschland! Aber wovan man nicht reden kann, soll man schweigen... ;-)